Deel 5 Opleidingsklimaat

In algemene zin heeft de opleidingsgroep de visie om, naast medisch inhoudelijke kennis overdracht, het opleidingsklimaat te verbeteren. Hieraan levert dit team actief een bijdrage door te participeren in het geboden onderwijs (bijvoorbeeld “Teach the Teacher” & “teaching on the run”). Daarnaast participeert het team in het door de MSOC aangeboden kwaliteitmeetsysteem (SETQ en DRECT, A&A).

SETQ

De uitkomst van de SETQ wordt binnen de opleidingsgroep besproken. Ieder lid van het opleidingsteam heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het opstellen van persoonlijke verbeterpunten. Deze verbeterpunten worden tijdens een opleidingsdag gepresenteerd in aanwezigheid van de opleidingsgroep en a(n)ios. Verbeterpunten worden geëvalueerd in een volgende opleidingsdag. Daarnaast heeft de opleider –deze wordt naast het betreffende lid van het opleidingsteam ook in kennis gesteld van de uitkomst van de SETQ –de taak om toe te zien op verbetering wanneer leden van het opleidingsteam onder de landelijke norm scoren. Hierover dient een specifieke afspraak te worden vastgelegd.

DRECT

De uitkomst van de DRECT-enquête wordt eveneens in de opleidingsgroep en met de a(n)ios tijdens een opleidingsdag besproken. Van dit overleg worden verbeterpunten opgenomen in de PDCA cyclus.

Teach the teacher

Ieder lid van de opleidingsgroep heeft deze cursus of een vergelijkbare cursus afgerond. Op peildatum 1-1-2015 is hieraan voldaan.

A&A

Ieder lid van de vakgroep participeert actief in het A&A of een vergelijkbaar systeem. Op peildatum 1-1-2015 is hieraan voldaan.

Mentor

Elke aios krijgt een lid van de opleidingsgroep, met uitzondering van de (plv.) opleider, als mentor toegewezen. Deze mentor draagt zorg voor laagdrempelig overleg en een veilig leerklimaat. Daarnaast is de mentor evenals de opleider betrokken bij eventuele CMP meldingen en incidenten waarin de aios betrokken is.

 

Problemen tijdens de opleiding

Problemen met het opleidingsklimaat dienen rechtstreeks met de opleider te worden besproken. Deze zal dit binnen de opleidingsgroep bespreken. De opleider is ook verantwoordelijk voor de terugkoppeling.

Bij disfunctioneren of een vermoeden van disfunctioneren van de opleider, onafhankelijk van wie dit vermoeden uit, is de plaatsvervangend opleider het eerste aanspreekpunt. Het vermoeden wordt in de opleidingsgroep besproken. Indien het vermoeden gegrond lijkt of is, wordt hiervan melding gemaakt bij het dagelijks bestuur van de MSOC en wordt in gezamenlijkheid naar een oplossing gezocht.

Indien het bovenstaande niet afdoende is naar de mening van de aios, is er de mogelijkheid om rechtstreeks naar de MSOC te gaan, contact op te nemen met de opleidingscoördinator van de NVKC of zich te melden bij de vertrouwenspersoon van het ASz.